Lisa

Peter heet hij. Peter werd veertig jaar geleden geboren als zoon van Bea en Jean. Zes jaar oud is Peter, wanneer hij een Barbiepop in zijn schoentje vindt. Cadeautje van De Sint. Lisa. Hij noemt haar Lisa. Waar Peter gaat, gaat Lisa. De Barbiepop wordt zijn meest kostbare bezit. De meest prachtige jurken draagt ze. Rood met witte stippen. Paars met kanten mouwen. Peter kamt het haar van Lisa iedere dag. Uiterst zorgvuldig gaat hij te werk. Met beleid, ja. Absoluut. Hij moet er niet aan denken dat Lisa pijn lijdt. Moet huilen wellicht.

Peter is anders dan anders. Vriendjes voetballen op straat, Peter blijft liever thuis. Wanneer Bea eten aan het koken is, sluipt hij stiekem de trap op. Tweede deur links. De inloopkast van zijn moeder. Derde schap van boven. Hij weet het precies. Daar. Achter die cowboylaarzen. Daar. Daar staan ze. Haar mooiste paar hakken. Peter gaat op de grond zitten en trekt zijn sokken uit. Langzaam laat hij zijn voeten in de glitterpumps glijden. Precies tien rondjes loopt hij, op de houten vloer. Handen in zijn zij. Dat geluid. Klik-klak. Peter vindt het prachtig. Hij geniet zichtbaar. Even voelt hij zich een echte diva.

Jaren later, een opleiding Diergeneeskunde en drie ex-vriendinnen verder, weet Peter het zeker. Hij wil Lisa zijn. Het voelen is één ding. Het hardop uitspreken is een ander verhaal. Met een weekendtas vol make-up stapt Peter in de auto. Het sneeuwt. De straten zijn wit gekleurd. Plots krijgt Peter het benauwd. Hij besluit te stoppen bij een tankstation. “Zal ik omdra-eh…?” denkt hij. “Nee, natuurlijk niet gek. Dit is toch wat je wil?” Hij haalt diep adem en draait het slot om. Gaan. Gewoon gaan. Doorgaan, Peter. Nu.

Peter belt aan. Drie keer. Precies zoals afgesproken. Een jonge, blonde vrouw doet open. Evelien is haar naam. “Welkom Lisa, wat ontzettend leuk dat je er bent.” Ze kijkt naar zijn rode lippenstift. Haar lippenstift. Staat hem mooi, wel. Staat mooi. Haar. Mooi. Staat haar mooi. Die lippenstift. Evelien weet dat hij zich een zij voelt. Dat hij een haar wil zijn. Ze weet het. Respecteert het. Daarom is Lisa ook hier. Hier, in Eindhoven. Niet daar. Daar, in zijn geboortedorp, waar men Peter ziet.

Lisa opent haar tas. Ze haalt er een donkere, krullende pruik en een BH inclusief twee zachte vullingen uit. “Vind je toch niet erg he?” vraagt ze twijfelend. Voor even verdwijnt Lisa in het pashokje. Evelien ziet haar voeten bewegen. Ze wiebelen een beetje van links naar rechts. Wat een prachtige, vrouwelijke benen heeft ze eigenlijk. In een strakke zwarte jurk met pailletten komt Lisa de paskamer uitgelopen. Trots staat ze voor de spiegel. Een brede glimlach verschijnt op haar gezicht. Voor Evelien iets kan zeggen besluit Lisa het op een lopen te zetten. Letterlijk. Handen in haar zij. De winkel door. Een rondje. En nog een rondje. Klik-klak. Klik-klak. Dit keer niet op de hoge hakken van Bea. Nee. Gewoon. Op haar eigen pumps.

Gatensokken

Als ik iets doe, doe ik het goed. Wil ik het goed doen. Niet voor de buurvrouw. Niet voor Pietje Puk. Nee. Pietje kan mijn rug op. Voor wie dan wel? Voor mezelf. Voor Sanne.

De lat van Sanne voor Sanne ligt hoog. Torenhoog. Al zou ik het willen, zelfs met een ladder kan ik er niet bij. Ik was zo’n nerd die dagenlang aan het blokken was voor mijn examen Aardrijkskunde terwijl de rest van de school jointjes rookte bij de skatebaan. En nog steeds. Sanne is een perfectionist pur sang. Zakelijk gezien dan. Privé is het één grote puinhoop. Laat ik mijn post slingeren in de keukenla. Puilt de wasmand uit met vieze sokken. Die ik niet draag. Maar dat terzijde.

Binnen dat perfectionistische gedoe geldt namelijk maar één stelregel: het moet me interesseren. Boeit het me niet, dan boeit het me niet. Punt. Dan besteed ik er gewoon geen aandacht aan. En die sokken, die boeien me dus niet. Sterker nog: ik koop ze niet eens. Nooit. Zonde van mijn geld. Niemand die ze ziet, tenslotte. Na twee keer dragen zijn er gaten. Grote gaten. Van die gaten waar zowel je grote teen als je wijs-teen samen doorheen prieleken. Snap je?

Sanne snapt het wel. Die sokken. Die gaten ook trouwens. Krijg je ervan als je je teennagels niet knipt. Want boeit niet. Pas als het begint te bloeden denk ik: wats-eigenlijk-geburt met mijn nagels? En mijn sokken. Jezus. Moet je die sokken zien! Gelukkig is er moeders. Moeders stopt kind regelmatig Action sokken toe. Vindt dat kind die eigenlijk toch écht gewoon zelf moet en kan kopen, maar schaamt zich tegelijkertijd voor groot kind met gatensokken. Me dunkt. Gevolg? Snel weer gaten. Want Action sokken. Lees: tachtig cent.

Rondslingerende, kapotte sokken en blauwe enveloppen van mijn grote vriendin, de Belastingdienst. Twee uitzonderingen op de regel. Vrijwel al het andere boeit me namelijk wél. Of het nou is omdat ik het zo leuk vind wat ik doe, mijn blauwe vriendin niet meegerekend, of vanwege mijn lange blonde lokken? Donnow. Feit is dat ik sinds kort voor vanalles en nog wat gevraagd word.

Leuk! Toch? Sanne? Ja toch?! Tuurlijk. Heel leuk. Erg leuk. Super leuk. Doodvermoeiend ook. Soms. Want Sanne-nee-is-ook-een-antwoord-Noorman kan zelf geen nee zeggen. En dus zat ik een aantal weken geleden in een panel voor O-Twee, de (industriële) ondernemersclub van Horst aan de Maas. Mijn mening door te douwen over het wel of niet starten van een webwinkel. En vooral: het waarom. En dus kachelt Sanne zaterdag naar TMO alias Centerparcs te Doorn. Om studenten te begeleiden, als zijnde businesscoach. En dus organiseer ik samen met negen andere drukbezette ladies tussen de bedrijven door nog “even” een benefietgala. En dus mopper ik af en toe iets in de trant van “moe” en “tijd voor mezelf”.

Waarom dan toch Sanne? Waarom? Omdat het kan. Omdat ik iets wil betekenen voor deze maatschappij. Omdat ik denk ook daadwerkelijk iets te kunnen betekenen voor deze maatschappij. Omdat ik opgevoed ben met: altijd maar doorgaan. Omdat ik de genen van mijn immer behulpzame ouders heb. Omdat ik de winkel met een gerust hart achter durf te laten. Omdat Willem de beste compagnon is die ik me kan wensen. Maar vooral: omdat Sanne het leuk vindt. All of it. En omdat het een betere (vrije)tijdsbesteding is dan sokken wassen of post van de Belastingdienst openen. Daarom.

Ondernemen met ballen

Een paar weken geleden kwam M. bij ons in de winkel. M. werkt bij Dagblad de Limburger als journalist. Hij wilde graag een artikel schrijven over vrouwelijk ondernemerschap. Vrouwelijke ondernemers onder de aandacht brengen middels een viertal portretten. Omdat één of andere belangrijke prins zich op een netwerkborrel hardop afgevraagd had “waar nou toch die vrouwen waren”. Via een oud-klasgenoot van mij, inmiddels ook ondernemer, kwam hij bij mij terecht. Helemaal super natuurlijk! Free publicity voor de winkel is altijd welkom. En ja, stiekem vind ik het ook best wel een beetje tof om met m’n blonde koppie, mooie jurk en gave laarzen in de krant te staan.

Ik geef M. een kop koffie. We nemen plaats in de keuken en kletsten wat. Over gemeenschappelijke kennissen, want die blijken we te hebben. Over voetbal want, jawel mensen, ik ben een vrouw die houdt van voetbal. Zondagavond zeven uur Studio Sport met het bord op schoot? Mij hoor je niet klagen. Je hoeft me ook niet uit te leggen wat buitenspel is. En wanneer er een transfer heeft plaatsgevonden, noem ik de oude en nieuwe club van de desbetreffende speler. Inclusief het bedrag dat de club voor hem betaald heeft. Oké. Dat laatste bluf ik. Anyway. Ik houd van sport in het algemeen. Volg het op de voet. Prachtig om te kijken naar mensen die alles geven. Mensen die meer dan honderd procent gaan voor het beste eindresultaat. Die het beste in zichzelf (of in het team) naar boven willen halen.

VVV, Max Verstappen en twee koppen koffie verder komt het gesprek dan toch terecht op vrouwelijk ondernemerschap. Ik snap de insteek van het artikel wel. Je ziet amper vrouwelijke ondernemers ten tonele verschijnen. Wat niet wil zeggen dat ze er niet zijn! Ze zijn vaak gewoon iets minder zichtbaar (lees: meer bescheiden) dan al die haantjes op een willekeurig bedrijventerrein. Ongelogen kan ik zo’n 40 namen van vrouwelijke ondernemers opdreunen. Vrouwen uit mijn eigen kennissen- en klantenkring. Vrouwen die ik goed ken. Die ik persoonlijk ontmoet heb. Vrouwen van 25, maar ook van 60 jaar. Stuk voor stuk creatieve vrouwen. Vrouwen met ambitie. Met een duidelijke visie. Powervrouwen. Vrouwen met ballen!

Ik heb het M. niet gezegd tijdens ons gesprek maar steeds vaker denk ik: wat een onzin eigenlijk. Vrouwelijke ondernemers, mannelijke ondernemers. I couldn’t care less. Ondernemers zijn ondernemers. Ondernemers zijn mensen met een visie. Mensen met een doel voor ogen. Ondernemers zijn mensen die vooruit willen en kunnen denken. Mensen die hun gevoel volgen. Hun dromen najagen. Nieuwe dromen creeëren. Ondernemers zijn mensen die denken dat ze deze wereld een stukje mooier, fijner en beter kunnen maken. Voor zichzelf, maar ook zeker voor de mensen om hen heen. Ondernemers zijn aanpakkers. Durfals. Lefgozers. Doordouwers, zoals ze in Brabant zouden zeggen. Ondernemers zijn mensen. Mensen zoals jij en ik.

Waarom zou ondernemen perse een mannending zijn? En zijn vrouwen blijkbaar uitzondering op de regel? “ZZP’ers. Dat zijn vrouwen. Maar de CEO van een groot bedrijf met personeel?” Kom op nou mensen. We leven toch niet meer in 1930? Er zijn tegenwoordig vrouwelijke voetbalteams. Mannen die werkzaam zijn in de mode- en schoenenbranche. Vrouwen die compleet uit hun dak gaan op technofeestjes. Mannen die stofzuigen, dweilen en daarna ook nog even de badkamer poetsen.

Ondernemen is geen kwestie van kunnen. Het is een kwestie van durven. Durf je voor jezelf te beginnen? Durf je jezelf te ontwikkelen? Durf je te leren? Durf je uit te dragen waar je voor staat? Durf je jezelf en je bedrijf te presenteren? Durf je uit die zogenaamd zekere bubbel te stappen? Doe het dan, in godsnaam. Ongeacht of je nou ballen of borsten hebt.

img_0513 img_0516

Hi Heerenstraat, hi nieuw avontuur!

Donderdag 11 augustus 2016. Het is nog vroeg. Half zeven om precies te zijn. Ik ben wakker. Klaarwakker. Al uren. Mijn buik rommelt. Ik staar naar het plafond. Luister naar muziek. Mijmer over wat deze dag zal gaan brengen. Hoe in f*cking-godsnaam zal ik me voelen aan het einde van deze dag?

Wekenlang zijn we er al mee bezig. Iedere dag. Iedere minuut van de dag. Willem en ik praten erover. Al dagen. Iedere dag. Iedere minuut van de dag. Ik vraag hem regelmatig of we wel goed bij ons hoofd zijn. Hij zegt me, even vaak, dat ik me niet zo druk moet maken. Dat het allemaal wel goed komt. Typisch Willem. Zo nuchter als de pest. Voor mij als instant druktemaker soms heel erg fijn. De laatste dagen echter vreselijk irritant.

Het is inmiddels half drie. Shit man. De dag vliegt. Er moet nog zo super veel gedaan en geregeld worden. Hoe kan dat toch? vraag ik me af. We weten dat dit gaat gebeuren, hebben alles goed voorbereid en dan toch, een paar uur van tevoren… Stress! Dat dezelfde gedachte ook door het hoofd van Willem spookt, blijkt. De normaal gesproken oh-zo rustige Noorderling heeft het letterlijk Spaans benauwd. Ik kijk op en zie de zweetdruppels over zijn hoofd lopen. Stiekem moet ik lachen. Zachtjes. Overhemd nummer één wordt over de bureaustoel gedrapeerd om te luchten. Overhemd nummer twee wordt uit een tas gevist. Beetje deo onder die oksels. En weer door.

Zes uur. De laatste klant verlaat het pand. De deur gaat op slot. Bizar eigenlijk. Ik doe wat ik doe. Willem doet wat hij doet. De dames in de winkel doen wat ze doen. En toch voelt het anders. We sluiten af en gaan naar huis. Ik word gebeld. “Wat? Er klopt iets niet? Got-ver-gevloek!” Ik haat dit. Ik haat dit zo. Waarom doe ik dit? Ik kan hier toch helemaal niet tegen. Die spanning. Onrust. Nog even en ik lig op de grond te hyperventileren. Maar hallo, Noorman. Jij wilde dit graag! Jij moest zo nodig. Je slaat je hier maar even doorheen. Je weet waar je het voor doet.

Ding dong. De klok slaat half negen. Anderhalf uur later dan gepland. Maar we zijn er. In de winkel. Bij Heerenstraat. De papieren liggen op tafel. Stapels papieren! Zonde van die bomen, denk ik nog. De minuten daarna? I don’t have a clue. Of zoiets. Ik krabbel wat. Draai het blad om. Krabbel weer. We zijn inmiddels een half uur verder. De S is een Z geworden en mijn N een M. Even vraag ik me af of het wel rechtsgeldig is, met al die verschillende kriegel-paraafjes. Ach. Het zal wel. De handtekening staat. De. Handtekening. Staat! Het is echt nu. Realiteit, Noorman. Ik ben blij. En chagrijnig. Want honger! Langzaam slenteren we naar het restaurant. De vorige eigenaar. Zijn vriendin. Willem. Ik. Familie. Enzo. Het plan? Proosten, eten, slapen. Wat mij betreft. In die volgorde ook. En snel, heel snel. Ik begrijp überhaupt niet dat ik nog op mijn benen sta. Verlang naar een warm bad. Mijn bed.

Nukkig kom ik het restaurant binnen. Sanne en een rommelende maag gaan niet samen. Ik breek als ik mijn beste vriendinnetje zie staan. Ballonnen zie hangen. Van die vreselijke fuut-fuut-flut-feestfluitjes hoor. Al die mensen hier. Gekomen voor ons. Om te vieren. Verrassing! Alle opgebouwde spanning van de afgelopen weken komt er in één klap uit. Geen traan heb ik gelaten de afgelopen weken. Maar vanavond? Vanavond laat ik los. Vanavond is een waterval aan vreugde-tranen. Vanavond is het feest. Vanavond is het begin van een nieuw avontuur. Een spannend avontuur. Een geen-idee-hoe-we-dit-nu-weer-gaan-doen-avontuur.

Het is al laat. Drie uur ’s nachts om precies te zijn. Ik lig in bed. Ik ben wakker. Klaarwakker. Al uren. Ik ben moe. Kapot. Op. Mijn hoofd maakt overuren. Morgen is het zover. Morgen gaat het echt beginnen. Waar is Klaas Vaak als je hem nodig hebt? Ach. Stik toch. Met je slaap. Ik zet de muziek hard en dans naar de vriezer. Ik haal een Magnum uit de verpakking en geniet van ieder stukje. Omdat het kan. Omdat ik het verdiend heb. Morgen weer een dag. Een fijne dag. Misschien wel de meest bijzondere dag uit mijn leven. 

De wondere wereld van de Kerkstraat

Iedere ochtend loop ik door het centrum van Horst naar de winkel. Een wandeling van een luttele drie minuten. Ik loop naar de plek waar ik mijn werk het beste kan uitoefenen. Waar ik me het meest prettig voel. Waar ik op mijn best ben. Waar ik (als ik mijn dag heb althans ;-)) ga als een trein. Als een sneltrein. De plek waar ideeën opborrelen als bubbels in champagne. Waar anderen het zouden omschrijven als ‘ik ga naar mijn werk’ doe ik dat bewust niet. Mijn werk is geen werk. Het is mijn passie. Bovendien is het overal en altijd. Het zit in mijn bloed, in mijn hoofd. Maar vooral: in mijn hart.

Ik wil jullie graag meenemen naar die wandeling van drie minuten. Voor mij het meest mooie en waardevolle moment van de dag. Ik zal jullie uitleggen waarom. Iedere ochtend kom ik collega ondernemers, winkeliers, tegen. De ene keer maak ik een praatje, lachen we samen. Een andere keer blijft het bij een vriendelijk knikje. Heel even zit ik dan in de wondere wereld van Sanne, alias mijn hoofd. Als HSP-er ben ik constant, altijd en overal bezig met wat er om me heen gebeurd. Ik zie, ruik en voel meer dan de gemiddelde mens. Daar heb ik weleens moeite mee gehad. Ieder klein detail neem ik in me op. Handig maar niet altijd even prettig, kan ik jullie vertellen. Zo ben ik overgevoelig voor sfeer. Voor prikkels. Geluid vooral. Het ontvangen of opmerken van te veel prikkels kan bij mij voor een blokkade zorgen. Dan slaat mijn systeem op tilt. Wil ik a la minute weg. Als iets niet goed of vertrouwd voelt, doe ik het niet. Dat heb ik wel geleerd de afgelopen jaren.

Vandaag is het prachtig weer in Horst. De zon schijnt. Ik zet twee stappen buiten de deur en het zweet loopt al over mijn rug. En het is pas kwart voor tien. De ‘echte’ warmte moet nog komen. Ik geniet van de zon op mijn bol, maar merk ook dat ik me vies voel. Ik heb een slechte nacht gehad en wil naar huis. Douchen. Ik besluit een sapje to go te halen, voor de nodige vitamines. Mijn humeur verandert bij de eerste glimlach die me toekomt. De glimlach van een enthousiaste, vrolijke, jonge, nieuwbakken onderneemster. Jie-haa! Dank voor de good vibes, mevrouw X! Tweehonderd meter verderop staat de deur van de bakker wagenwijd open. Brood. Ik ruik brood. Vers brood. Ik spreek mezelf streng toe. Niet naar binnen gaan Noorman, het is nog geen lunchtijd. Aan de overkant van de straat is horeca onderneemster Y bezig met het opzetten van haar terras. Ze is druk in de weer met menukaarten en merkt me niet op. Ik voel een soort van connectie. Deze vrouw heeft zo’n drive en passie voor haar vak. Daar kan ik intens van genieten.

Ik merk op dat ik van links naar rechts slinger wanneer een dame op leeftijd me bijna omver rijdt op haar supersnelle elektrische fiets. Met een hevige armbeweging probeert ze te zeggen dat ik uit mijn doppen moet kijken. Au. Schreeuwt mijn hoofd. Doe niet zo moeilijk mens. Sorry, zei ik toch. Ik was even verzonken in mijn eigen gedachten. Kan gebeuren, toch? Wat ik precies dacht wil ik inmiddels graag met jullie delen. Ga ik met jullie delen. Er gebeurt zoveel de laatste tijd. Met mij, maar ook om me heen. Ik leer en groei. Stel mijn prioriteiten bij. Val en sta weer op. Maar de Kerkstraat, die is er gewoon. En wat vind ik het heerlijk om in deze straat rustig mijn dag op te starten. De straat die leidt naar de plek waar ik iedere dag met zoveel trots en plezier mag doen wat ik zo graag doe. De straat die iedere dag hetzelfde is. Maar ik iedere dag weer zo anders ervaar.

FullSizeRender (1)

Inmiddels ben ik in de winkel. Ik start mijn laptop op en open Pinterest. De eerste quote die ik tegenkom is deze. Voor mij kenmerkend voor de inhoud van dit blog. En dus wilde ik ook deze graag met jullie delen. “Those who move forward with a happy spirit will find that things will always work out.”

Amsterdam: fashion, fair and fun

Zondagochtend 9.30u. Amsterdam wacht op ons. Het doel van de trip die we gaan maken: inspiratie opdoen voor het nieuwe inkoopseizoen Spring Summer 2017. De, in dit geval letterlijke, zondag start bij Modefabriek in de RAI. Zodra we de immense hal binnenlopen zien we dat het al goed druk is. Er hangt voor de verandering (excusez-moi, organisatie) eens een gezellig sfeertje. Heel fijn! Normaal gesproken is het toch een beetje zien en gezien worden hier, iets waar ik absoluut niet van houd. Na een rondje gelopen te hebben zijn we het er al snel over eens dat de collecties helaas niet erg vernieuwd zijn. Het lijkt wel alsof iedereen, net als het vorige zomerseizoen, op safe speelt. Niet meer uit durft te pakken. Jammer, vinden we.

Trends enzo
Ik heb veel te doen vandaag. Normaal gesproken is Modefabriek vooral voor de kledingbranche een toonaangevende beurs in Nederland maar deze editie zijn ook de schoenenmerken goed vertegenwoordigd. Bovendien ben ik dringend op zoek naar vernieuwing. O-ve-ral word je doodgegooid met sneakers. I know, het zal allemaal wel super handig en praktisch en heel erg Nederlands en fietsbaar zijn enzo, maar deze hakken-vrouw snakt inmiddels naar een paar mooie killer heels! (Verzwijg ik gewoon even dat ik heerlijke sneakers aan mijn voeten heb, terwijl ik dit stukje tik ;-)) Dromen zijn bedrog, blijkt. De sneaker trend zet ook volgende zomer door. Ook de plateauzool blijft. De loafer is terug van weggeweest en jawel, we zien ook weer meer zomerlaarsjes. Yesss pleassse! Waar ik ook erg happy van word is dat er weer kleur te zien is in de collecties. En dan heb ik het niet over de schattige pastelletjes, maar echt over felle kleuren. Move over black, yellow is coming!

In de prijzen! 
Om 16.00u staat de uitreiking van de Dutch Retail Experience Awards op het programma. Met Uppark zijn we één van de tien genomineerden voor de Online Experience Award. Hoewel ik er niet zoveel van verwacht, we hebben geen toffe actie bedacht en daarmee geen duizenden mensen opgeroepen om te stemmen, vind ik het wel ‘nodig’ even mijn gezicht te laten zien. Deze nominatie is tenslotte al een hele eer! Tot mijn grote verbazing wordt Uppark opeens omgeroepen. We zijn gewoon derde geworden, voor zowel de jury- als de publieksprijs! Een beetje hysterisch bel ik mijn compagnon Willem, die lekker thuis op de bank F1 aan het kijken is. Iets met werkpaarden en luxepaarden. “Oh leuk San, zegt ie. Zelfde plek als Max!” Tsja. Mannen… ;-) We proosten met een half glaasje prosecco (lees: BOB) en daarna rijden we door naar ons logeeradres in het prachtige Haarlem.

Work hard, play hard
Maandagmiddag 12.00u. Het strand van Bloemendaal. Even is daar een geluksmomentje. Maandagmiddag mensen. En. Ik. Sta. Gewoon. Op. Het. Strand! Windkracht 8 maakt dat we niet uitwaaien maar wegwaaien. Het kan ons niks schelen. Paar Boomerangetjes schieten, een gezonde lunch nuttigen (binnen, helaas) en het is alweer tijd om te gaan rijden. Op naar het World Fashion Centre! Iedere keer weer verbazen we ons over het hoge anti-fashion gehalte van zowel het pand als de showrooms die zich hier bevinden. Doods, leeg, kaal en saai. Ik kan er niks anders van maken. De showroom van Smashbox, het agentschap dat onder andere de merken Goosecraft en P448 voert, is de enige uitzondering op de regel. Deze showroom ademt fashion. Toch kunnen we het niet laten om te vragen wanneer ze nou ein-de-lijk gaan verhuizen… ;-) Van de collecties kan ik helaas nog niet zoveel laten zien, maar geloof mij maar als ik zeg dat het er goed uitziet.

Amsterdamned
Noem me een boerentrien, dorpsmeisje of whatever, maar ik snap helemaal niets van die al die mensen die perse in ‘de grote stad’ willen wonen. Wat is het geval? We moeten van A (WFC) naar B (showroom 10DAYS) binnen Amsterdam. Uiteraard hebben deze blondines een ruime planning gemaakt en de files ingecalculeerd. Of… toch niet helemaal misschien. Van A naar B in Amsterdam dus. Deze trip duurt volgens onze altijd betrouwbare Tom normaal gesproken 20 minuten. Nu komt de grap… jawel, wij doen er anderhalf uur over. En we moeten nog eten! De hel dus, die anderhalf uur. Voor mijn reisgezelschap dan, want ik ben werkelijk niet te genieten als ik én in de file sta én honger heb. Wanneer we eindelijk aankomen bij het getipte restaurant blijkt deze gesloten te zijn vanwege een besloten feest. Te. Gek. Gewoon. Chagrijnig (en inmiddels ook behoorlijk gestresst, we willen de modeshow niet missen!) rijden we door naar een soort van hippie-achtige-bedoeling aan het water. Het eten dat voorgeschoteld wordt maakt veel goed. Als twee blije ei-tjes komen we binnen gerend bij 10DAYS. Met het zand nog in onze haren gaan we op onze plaatsen zitten. Let the show begin…

Op stap met Incrowd: Rotterdam op z’n best

Een paar weken geleden bracht Joël van branchevereniging INretail een bezoekje aan onze winkel. Samen hadden we het erover hoe tof het, voor ons als ‘kleine’ ondernemers, zou zijn een kijkje in de keuken te nemen van een grote speler in de markt. Niet omdat we willen kopiëren, nee, we willen leren! We willen vooruit, onszelf verbeteren, onszelf ontwikkelen als ondernemer. Kennis delen. Andere ondernemers ontmoeten die net zo enthousiast zijn over wat ze doen als dat wij zijn. Joël startte, om vrijwel dezelfde reden, binnen INretail al met Incrowd. Een community voor dwarsdenkers, lokale helden en ambitieuze startups. Het doel van Incrowd? Een landelijk netwerk zijn voor elkaar, met als doel elkaar in de retail te versterken.

Samen met Leonie Hulselmans, eigenaresse van koffiebar KEK in Delft, startend kledingontwerper Marc-Joost Mulder en Valentijn van Wanrooij, eigenaar van een herenkledingzaak, gingen we afgelopen week op pad. Chop chop, de auto in naar Rotterdam. Nou moet ik eerlijk bekennen dat ik helemaal niets met die hele stad heb. Ik kom er nooit. Zou Rotterdam niet uitkiezen voor een weekendje weg bijvoorbeeld. Maar hee, ik laat me verrassen. Sowieso kom je trouwens niet heel ver meer, met een eigen toko waar je vrijwel 6 tot 7 dagen in de week aanwezig dient te zijn. Althans, dat denk je zelf. De werkelijkheid is dat je best een dagje gemist kunt worden. Dat je helemaal niet onmisbaar bent. Later op de dag blijkt dat vrijwel iedere ondernemer dat heeft, dat we ons al bijna ‘schuldig’ voelen dat we een dagje ‘op stap’ zijn. Toch blijkt het erg nuttig, ik durf zelfs te zeggen noodzakelijk, te zijn. Dit soort dagen.

Op de koffie bij Berry
Om 9.30 start de dag met een koffiedate bij Berry van den Assem. Zodra je de hal van het prachtige pand in Capelle a/d IJssel binnenstapt, heb je meteen het idee: Berry heeft het goed voor elkaar hiero. Van den Assem is een begrip in schoenenland, en bovendien een groot voorbeeld voor ons. Het familiebedrijf is 106 jaar geleden opgericht door de opa van Berry. Berry zelf blijkt een nuchtere, toegankelijke Rotterdammer. We worden hartelijk ontvangen met een kop koffie en de beste man wil vooral geen praatje houden, maar verwacht een interactief gesprek met ons. Hij staat open voor onze tips aan hem. Van een generatiekloof(je) is geen sprake. Berry is met zijn 52 jaar nog helemaal van deze tijd. Hij vertelt over een partij Uggs die hij opkocht, geen idee wat hij er verder mee zou gaan doen. Hij besloot een outlet te openen, waarmee hij uiteindelijk ongelofelijk veel succes had. In een week tijd zijn tienduizenden paren Uggs verkocht. En misschien nog wel belangrijker: het event kreeg ongelofelijk veel media-aandacht. Van den Assem kreeg ‘naam’ en besloot vrijwel meteen daarna online te starten. Berry heeft op het juiste moment geprofiteerd van wat er op zijn pad gekomen was. Ook online staat van den Assem als een huis. Al geeft Berry eerlijk toe dat er nog legio verbeteringen toe te passen zijn in het samenbrengen van on– en offline.

Een belangrijke pijler bij van den Assem is mensgericht denken, in plaats van productgericht denken. Iets waar wij, de jonge generatie ondernemers, ons helemaal bij aansluiten. Teveel bedrijven zijn nog teveel bezig met het verkopen van producten. Wij denken dat het gaat om sfeer, beleving. De klant wil zich thuis voelen bij jou. Daar moet je je op richten. Dan komt die verkoop uiteindelijk vanzelf. Berry zegt een andere weg in te slaan qua inkoop, hij gaat meer focussen, wil niet meer zomaar alles aanbieden. Hij beseft dat dit financieel pijn gaat doen, evenals de beslissing om een week later dan normaal te starten met de SALE. Op deze manier wil Berry echter de echte ‘van der Assem ambassadeurs’ over houden. Samen met hen wil hij de toekomst in. We sluiten de ochtend af met een rondleiding door het pand en deze tour zorgt bij ons voor veel herkenning. Berry doet eigenlijk wat wij ook doen, maar dan in het super groot. Veel respect voor deze vriendelijke man, die het ondernemerschap als geen ander onder de knie lijkt te hebben.

Paspoppen-parade
We vervolgen onze weg naar Zwijndrecht, waar Hans Boodt zich bevindt. Een naam die bij jullie wellicht niet meteen een belletje doet rinkelen. Behalve als je even rondvraag doet in retail-land. Hans Boodt is namelijk dé leverancier van mannequins. Paspoppen met een high end uitstraling. Voor een hele redelijke prijs, zo blijkt later in het gesprek dat we hebben met eigenaar Marco. Het bedrijf levert wereldwijd, en dat maakt deze tak van sport ook meteen erg lastig. Alle marketing wordt intern geregeld, en voor ieder land geldt een andere taal, een andere website. Een andere manier van zakendoen en communiceren. Japan vraagt uiteraard om andere paspoppen dan Nederland, en bovendien ontwikkelt de retail zich razendsnel. Waar de winkelier vroeger een paspop kocht voor de komende twintig jaar, wil deze tegenwoordig iedere twee jaar nieuwe poppen in de winkel hebben staan. Sterker nog: hij wil in kunnen spelen op wat er vandaag gebeurt. Hans Boodt loopt voorop wat deze ontwikkelingen betreft. De keuze is reuze, er is voor iedere winkel wat wils. Je kunt de armen, romp en het hoofd los van elkaar uitzoeken, maar Marco is er om je te adviseren. En dat doet hij dan ook! Hij wil een pop creëren die past bij de uitstraling van jouw winkel. Een pop die iets toevoegt aan jouw concept. Zo kiest een jeans store bijvoorbeeld sneller voor een stoerdere look. Een high fashion dameskledingzaak gaat vaak voor gracieuze poppen. Ik kijk mijn ogen uit in de indrukwekkende showroom waar rompen op de kop hangen, poppen boven de grond zweven en hoofden met grote ogen en nepwimpers op de schappen pronken. Ondertussen word ik stiekem een beetje verliefd op Marco. Ik hang aan zijn lippen wanneer hij enthousiast vertelt over het reilen en zeilen binnen zijn bedrijf. Met mijn hoofd nog in de wolken loop ik langs een aantal 3D printers, waar op dat moment een pop geprint wordt. Helaas kan ik dit niet fotograferen, het was absoluut de moeite waard geweest dit met jullie te delen. Hoe lang het ongeveer duurt voordat een pop klaar is, wil ik graag weten. Een week, antwoordt Marco. Met deze technologische ontwikkeling behaalt het bedrijf een tijdswinst van maar liefst drie weken. Goed. Hoogste tijd voor een broodje. Met de broodkruimels nog tussen onze kiezen verlaten we Hans Boodt. En ook Marco. Helaas. Urenlang had ik nog naar deze bevlogen ondernemer kunnen luisteren. En kijken ook, trouwens.

Beleven bij Little V
We zijn inmiddels aangekomen in Rrrotterdam hoorrr mensen. Tegenover de Markthal bevindt zich Little V. Zodra je dit Vietnamese restaurant binnenstapt, kom je in een compleet andere wereld terecht. Groen, gezellig. De ruimte heeft iets magisch over zich. Stoere mannen in nog stoerdere schorten met leren holsters lopen heen en weer. Er is veel bedrijvigheid, voor een dinsdagmiddag. We nemen plaats in één van de vele gezellige hoekjes die het restaurant telt. Joël appt eigenaar Tan, dat we er zijn. Nou en? appt hij terug. De toon is gezet. Terwijl we wachten op Tan, geniet ik van de allerlekkerste Ice Tea ever. En ik heb er veel gedronken in mijn leven, mensen. Tan heeft dus heuse Ice Tea cocktails op de kaart staan. Hij bedenkt ze allemaal zelf. Zijn gerechten worden gecomplementeerd met cocktails in plaats van wijn. Wanneer Tan binnen komt lopen, snap je meteen waarom het zijn zaak is. En waarom zijn zaak er zo tof uitziet. Tan is een stoere, modieuze vent. Cap op zijn hoofd, lange baard, tatoeages op zijn armen. Hij oogt in het begin wat verlegen, naarmate het gesprek vordert blijkt het vooral bescheidenheid. Het siert hem, vind ik. We vragen hem wat dit concept nou zo succesvol maakt. Wat hem succesvol maakt als ondernemer. Het antwoord had ik niet helemaal aan zien komen. Tan zegt namelijk nooit succesvol te zijn, nooit trots te zijn. Hij wil altijd vooruit. Verder. Uit ons gesprek blijkt dat hij een strenge, doch rechtvaardige baas is. Een ondernemer die precies weet wat hij wil. En zo wil hij het ook uitgevoerd zien. Er is zelfs een handboek geschreven voor zijn personeel, zodat zij tot in detail weten hoe Tan het hebben wil. Het werkt, zegt hij. Iedereen die bij hem komt werken weet meteen waar hij of zij aan toe is. Er is veel ruimte voor plezier, maar je komt er op de eerste plaats om te werken. De term overwerken kennen ze niet bij Little V. Dan heb je je planning niet op orde, aldus Tan. Hij plant standaard één persoon meer in dan nodig. Zo kom je nooit voor verrassingen te staan. Wanneer we Tan horen praten, vragen we ons af of het hem nooit teveel wordt. Hij heeft inmiddels zo’n 100 man personeel in dienst en met twee zaken, naast Rotterdam heeft Little V ook een vestiging in Den Haag, en een gezin kunnen we ons voorstellen dat hij het behoorlijk druk heeft. Tan lijkt een perfectionist. Ieder hoekje van het restaurant heeft hij zelf uitgedacht. De zaak is ingericht met uitsluitend natuurlijke materialen. Hij beaamt dat het hem weleens teveel geworden is. Althans, hij had het zelf niet door. Zijn vrouw wel. Tan ging nadenken over wat hij nou echt belangrijk vond. Prioriteiten stellen. Doen waar hij goed in is en de rest uitbesteden. Daarna werd het beter, zegt hij. Wat me het meeste aanspreekt in Tan is zijn heldere visie op ondernemen. Mensenwerk, zoals hij het noemt. Het maakt niet uit of je nou een restaurant leidt of een winkel, je hebt altijd te maken met mensen. Als je dat onder de knie hebt, en snapt hoe je met mensen omgaat, kun je zelfs een multinational leiden.

Meet Rib Eye Steak
Tijdens onze tour hebben we een aantal opvallende winkelconcepten bekeken in de binnenstad. Omdat mijn blog al ontzettend lang geworden is (enthousiast, sorry ;-)) hou ik dit gedeelte beperkt tot onze laatste stop: Rib Eye Steak. Het beste stukje vlees onder de vleessoorten. Ik zou de winkel zomaar voorbij lopen, moet ik eerlijk bekennen. Er prijkt een groot slagersmes op de etalageruit. Eenmaal binnen waan je je in een supermarkt. Het is een beetje vaag. Je hebt geen idee wat je hier nou moet verwachten. En juist dat maakt het zo tof! Ik zie winkelkarretjes staan en er komen meteen vragen in me op. Wanneer we verder lopen, zie ik petten in de koeling liggen. In de vriezer liggen T-shirts. Er is een heuse Meat Corner, waar je kunt connecten met elkaar en met de buitenwereld. De gast achter de toonbank ziet eruit als Willie Wartaal. Mijn ‘gebrek’ hoor trouwens. Dat ik in iedereen een dubbelganger zie. Hij vertelt enthousiast over het concept, dat overgewaaid is vanuit Engeland. Het meest innovatieve concept op dit moment, vindt hij zelf. Of dat zo is weet ik niet, wat ik er precies van vind ook niet. Maar origineel en inspirerend is het zeker!

Werk combineren met plezier. Je even niet bevinden tussen die veilige vier muren van je winkel. Binnenstappen in een andere wereld. Een andere stad. Sparren met jonge ondernemers, met dezelfde onzekerheden en leermomenten. Luisteren naar gevestigde namen. Dank Joël, voor de uitnodiging. Dank ondernemers, voor jullie gastvrijheid en openheid. Zoals je leest heb ik ervan genoten.

Uppark genomineerd voor Dutch Retail Experience Awards

Opeens was daar een mailtje. Was er trots. Uppark is genomineerd voor de Dutch Retail Experience Awards (DREA) 2016 in de categorie Online Experience Awards! Volgens de vakjury is Uppark vooruitstrevend op het gebied van beleving. Winkelbeleving wordt steeds belangrijker, zowel offline als online. Uppark wordt gezien als een inspiratie voor andere retailers. Hoe tof is dat! Of wij als winnaar uit de bus komen, zal blijken tijdens de Award uitreiking op de Modefabriek, dé fashionbeurs voor retailers, in de Amsterdam RAI op zondag 10 juli.

Dutch Retail Experience Awballoonsards
Nu denk je misschien, wat is dat nou, die Dutch Retail Experience Awards? De Dutch Retail Experience Awards (DREA) uitreiking is een jaarlijks initiatief van modeagentuur en importeur Goodbrandz in samenwerking met gerenommeerd vakblad Textilia. De DREA is een prestigieuze prijs voor retailers die zich op een bijzondere, innovatieve manier onderscheiden. Kortom, een unieke en respectabele prijs voor ondernemers die meebewegen met de ontwikkelingen in de markt. Je snapt dat wij dus ontzettend trots zijn op deze mooie nominatie!

Waar worden de genomineerden op beoordeeld?

Totale winkelbeleving: hoe is de algehele sfeer, sluit deze aan op de doelgroep, is er onderscheidend vermogen?
Authentiek karakter merkenpakket: hoe divers zijn de productgroepen en hoe onderscheidend is het merkenpakket?
Service: wat doet de winkel aan persoonlijke service?
Combinatie online en offline: in welke mate is de retailer actief om zijn of haar offline activiteiten in de winkel te versterken door online marketingactiviteiten, Social Media en/of online verkoop?
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO): heeft de retailer aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen?

De Juryprijs
De juryprijs komt tot stand door het deskundige oordeel van een vakjury. De jury beoordeelt alle foto’s en ingezonden antwoorden op originaliteit, aan de hand van de 5 beoordelingscriteria. De DREA- jury bestaat dit jaar uit:
– Harry Bijl (innovatie en inspiratiespecialist bij de brancheorganisatie InRetail)
– Gea Eleveld (eigenaresse van Fashion-Up! en oprichter van online platform Fashion055)
– Cécile Scheele (Eigenaresse Goodbrandz en initiatiefnemer Dutch Retail Experience Awards)
– Ingrid Ploegmakers (Manager Marketing, Retail en Communicatie bij Colliers International)
– Kim Pereira (hoofdredactrice van het modevakblad Textilia)
– Talita Kalloe (Freelance journalist en copywriter voor verschillende mode-, lifestyle- en retailvakbladen en founder van het platform SoulStores.com)

De Publieksprijs
Naast de juryprijs is er de publieksprijs. Deze wordt bepaald door de stemmen van het publiek. Jullie dus! Gun je ons de overwinning? Breng dan hier je stem uit op Uppark! Wat je daarvoor terug krijgt? Eeuwige dank en veel kusjes :-) 

Ondernemen is… omgaan met teleurstellingen

Dit had een te gekke, vrolijke, helemaal-heppie-de-peppie blog moeten worden. Ik heb er dan ook even over nagedacht of ik dit wel moest publiceren maar ik denk dat dit blog voor veel ondernemers, eigenlijk voor ieder mens, een herkenbaar verhaal is. Bovendien hoor ik de laatste tijd vaak de zin ‘Het gaat wel goed bij jullie zeg!’ voorbij komen. Nou wil ik niet perse zeggen dat het niet goed gaat met Uppark maar om nou maar klakkeloos aan te nemen dat je bakken met geld verdient als je vaak in de publiciteit komt? Of omdat je veel Facebook posts plaatst? Te kort door de bocht mensen. Je moet er hard aan trekken. Veel werken. Zichtbaar blijven. Ervoor zorgen dat bestaande klanten terug komen. Nieuwe klanten aantrekken. Het is helaas nog steeds geen gemakkelijke tijd voor de mode- en schoenenbranche. Dat blijkt wel uit de reeks faillissementen in de winkelstraten. Wij zitten echter niet bij de pakken neer en gaan gewoon stug door met waar we mee bezig zijn. Omdat we een visie hebben en geloven in ons bedrijf. Dat onze, blijkbaar opmerkelijke, visie opgepikt wordt door de pers is natuurlijk alleen maar heel erg leuk en fijn te noemen! Hiep-hiep-hoera-momentjes zijn dat hoor. Echt. Ondernemen is echter ook omgaan met teleurstellingen. Het leven is omgaan met teleurstellingen. Dus. Here we go.

Watskeburt? vraag je je nu waarschijnlijk af. Nou. Niks eigenlijk. En dat is nou juist het probleem. Of ja, probleem. Laat ik voorop stellen dat er ergere dingen zijn in de wereld. Voor mij was dit meer een ‘arghh’ moment. Ken je dat? Die ‘arghh’ momentjes? Je bent met iets leuks en tofs en groots bezig en er is een reële kans dat het allemaal door kan gaan, maar de kans is net zo groot dat het niet door kan gaan. Dat weet je van tevoren. Toch ben je stiekem al bezig met het proces nadat de handtekeningen gezet zijn en je van start kunt gaan. Het precieze verhaal kan ik hier helaas niet droppen omdat er nog een minuscuul kansje inzit dat het wél doorgang kan vinden en ik jullie dan alsnog wil verblijden met een gezellige blog. Never lose hope, zeggen ze toch ;-) Er kwam in ieder geval een mooie kans voorbij die we graag wilden grijpen. Die we gegrepen hebben, voor zover dat binnen onze mogelijkheden lag. Waar we dagenlang dag en nacht mee bezig geweest zijn. In ons hoofd en met onze handen. Tijd en energie ingestoken hebben. Een plan voor uitgedacht hebben. Het zou Uppark en onszelf als individuen hebben kunnen helpen groeien. Het zou ons meer draagvlak bieden in de markt. Het zou fantastisch zijn als dit zou lukken!

Maar dan. Dan komt dat moment waarop je hoort: jammer joh, maar het hele feest gaat niet door…

Mehh. Boe. Bah. Balen!

F*ck. F*ck. F*ck.

Dat dus eigenlijk.

Omgaan met teleurstellingen. Ik moet het nog leren merk ik.

Fashion Night, fun and free publicity!

Oh oh oh lieve mensen, wat is er veel gebeurd de afgelopen maand! Besef het zelf nog niet helemaal, geloof ik. Het begon ongeveer twee weken geleden. Een telefoontje van branchevereniging INretail, of ik aan zou willen schuiven bij een tafelgesprek over ondernemen. “Tuurlijk wil ik dat!” riep ik, impulsief en enthousiast als ik ben. Ik had me totaal niet beseft dat ik daar ook maar een beetje stress van zou kunnen krijgen. Tot de beste man me vertelde dat ik met drie mannelijke ondernemers om tafel zou gaan. De bibbersss. Maar echt! Ik roep wel hard maar op dat moment voelde ik me weer heel even dat kleine meisje dat net begonnen is met ondernemen. Onzeker, jong en onbezonnen. Wat had ik nou daadwerkelijk te vertellen daar aan tafel? Ik doe ook maar wat.

Get over it Noorman. Gewoon gaan. En dus ben ik een week later met trillende beentjes in de auto gestapt, op weg naar het hoofdkantoor van INretail in Zeist. Hoofd uit, muziek aan. “Gewoon doen!” is voor mij een soort van mantra geworden op stressmomenten. Als ik dat blijf herhalen in mijn hoofd dan komt langzamerhand het zelfvertrouwen weer bovendrijven. Eenmaal in Zeist werd ik hartelijk ontvangen door de gastvrouw en directrice Hanneke Verburg en bleken de zenuwen, uiteraard, helemaal nergens voor nodig. Geloof dat ik best een aantal zinnige dingen gezegd heb en de ‘grote’ heren bleken ook maar gewoon mensen te zijn. Joh, je verwacht het niet ;-) Met de klik zat het wel goed in ieder geval. Het resultaat van het gesprek is woensdag 30 maart te bewonderen in De Telegraaf.

Goed. What else? Ook Trouw mailde of wij als Uppark zijnde een bijdrage wilden leveren aan een artikel over webwinkels die een fysieke winkel geopend hebben. Dit artikel is afgelopen week al gepubliceerd. Tussendoor hebben we, samen met dameskledingzaak Heerenstraat, nog een fotoshoot gedaan voor onze nieuwe Spring Summer 2016 collectie en een uitverkochte (!) Fashion Night georganiseerd.

Vanochtend werd ik wakker met een fantastisch leuke mail in mijn mailbox. Ik ben door een mede-ondernemer genomineerd voor de Zakenvrouw Noord-Limburg Verkiezing 2016. Wat een super mooi compliment! Weinig slaap en het besef dat ‘gezien’ wordt hoeveel tijd, energie en fun je in je bedrijf steekt maakt dat dit kleine blonde meisje stiekem toch wel even een paar traantjes heeft weggepinkt.

Hieronder een fotoverslag van de Fashion Night. Meer foto’s zien? Volg me op Instagram